24
Jan
2017

Auteursrecht op software: een casus

Onlangs sprak een rechter zich uit over een casus waarbij twee partijen een conflict kregen over het auteursrecht op bepaalde software. Hieronder een samenvatting van deze casus.

In deze casus gaat om een ICT-dienstverlener (hierna partij 1), die zich heeft gespecialiseerd in onder meer bedrijfssoftware voor de logistieke dienstverlener. Een andere partij (hierna partij 2) is tevens ICT-dienstverlener, maar gaat op een gegeven moment echter failliet. Partij 1 heeft met de curator van partij 2 een overeenkomst tot koop van activa gesloten waarbij aan partij 1 werd verkocht “de inventaris en bedrijfsmiddelen van gefailleerden en de “handelsnaam en domeinna(a)m(en) van gefailleerde, mogelijke intellectuele rechten (broncodes softwarepakket A en softwarepakket B en technische documentatie), licenties, de goodwill en klantenbestand, een en ander voor zover deze aan gefailleerden toebehoren en Verkoper daarover vrij kan beschikken.” Voor deze bespreking focussen we ons met name op de discussie inzake softwarepakket A.

Partij 1 heeft ook een aantal lopende overeenkomsten overgenomen met gebruikers van softwarepakket A. Een deel van deze gebruikers willen echter geen zaken doen met partij 1. Een derde partij (hierna partij 3) biedt aan deze softwaregebruikers diensten op het gebied van service en support.

Partij 1 vordert een verklaring voor recht, dat de auteursrechten verbonden aan softwarepakket A en B toebehoren aan hem en dat partij 3 onrechtmatig handelt door deze onderhoudswerkzaamheden te verrichten. Hij vordert de wederpartij o.a. zich te onthouden van het gebruik van digitale sleutels, codes en wachtwoorden, die toegang verschaffen tot de broncodes.

De wederpartij in deze zaak, partij 3, vordert echter een verklaring voor recht, dat er geen sprake is van inbreuk op auteursrechten en dat het de gebruikers van softwarepakket 1 vrijstaat, om het verbeteren van fouten zoals bedoeld in artikel 45j Auteurswet (Aw) in de software zelf te verzorgen en/of een opdracht te verlenen aan een door de softwaregebruikers te kiezen partij en zo de bedoelde fouten door een derde te laten verbeteren.

In artikel 45j AW staat het volgende:

Tenzij anders is overeengekomen, wordt niet als inbreuk op het auteursrecht op een werk als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder 12°, beschouwd de verveelvoudiging, vervaardigd door de rechtmatige verkrijger van een exemplaar van eerder genoemd werk, die noodzakelijk is voor het met dat werk beoogde gebruik. De verveelvoudiging, als bedoeld in de eerste zin, die geschiedt in het kader van het laden, het in beeld brengen of het verbeteren van fouten, kan niet bij overeenkomst worden verboden.

Partij 3 betwist tevens dat de auteursrechten op de software rechtsgeldig zijn overgedragen aan Partij 1. Het meest verstrekkende verweer is dat de auteursrechten op grond van artikel 2, derde lid, Aw zoals dat gold tot 1 juli 2015, in verbinding met artikel 21 onder 1˚ Faillissementswet (Fw), buiten het faillissementsbeslag vielen en de curator dus niet rechtsgeldig over de auteursrechten kon beschikken. Volgens Partij 3 heeft de curator de auteursrechten dan ook niet rechtsgeldig kunnen overdragen aan partij 1.

De rechter gaat er echter vanuit dat partij 1 wel rechtsgeldig auteursrechthebbende is geworden en stelt dat de beslagexceptie niet van toepassing is, nu de auteursrechten door de maker zijn overgedragen naar een andere vennootschap, die in de faillissementsboedel viel. Partij 1 heeft dus rechtsgeldig de auteursrechten op de software gekocht en geleverd gekregen door de curator.

De rechter kijkt vervolgens of er sprake is van rechtsgeldig gebruik op grond van artikel 45j AW. Volgens de rechter mag de rechtmatige verkrijger op grond van dit artikel fouten in de software verbeteren en correcties aan brengen. Deze handelingen mogen niet bij overeenkomst worden uitgesloten. Onderhoud mag worden uitgevoerd voor zover noodzakelijk is om de software technisch te laten functioneren waarvoor het bedoeld is, tenzij contractueel uitdrukkelijk anders overeengekomen.

Wel vindt de rechter dat het toevoegen van functionaliteit wordt gekwalificeerd als inbreuk op het auteursrecht. Dit is echter geen inbreuk als deze toevoeging vereist is om de software voor het beoogde doel te blijven gebruiken.

Uit deze casus blijkt dat het bij het opstellen en/of beoordelen van IT-contracten belangrijk is om rekening te houden met de auteursrechtelijke aspecten van software. Wilt u meer weten over dit onderwerp, neemt u dan vrijblijvend contact met ons op.