10
Nov
2016

Bent u open source compliant?

In dit artikel worden in vogelvlucht de belangrijkste aspecten van het gebruik van Open Source software besproken. Open Source software is software waarvan de broncode door de maker ervan vrij ter beschikking wordt gesteld. De broncode is software in de vorm van een voor een mensen te begrijpen programmeertaal en de daarbij horende documentatie. In de praktijk krijgt de softwaregebruiker in de meeste gevallen slechts de beschikking over de objectcode (dat is de voor computers leesbare versie van de broncode, de applicatie) wanneer hij software aanschaft. Hierdoor kan hij de software in de meeste gevallen niet aanpassen of verder kan ontwikkelen. Dat is met Open Source software niet het geval.

Open Source, software en licenties

In de Auteurswet (Aw) is bepaald dat de maker van software een auteursrecht toekomt. Hiermee kan hij bepalen of, en zo ja onder welke voorwaarden, derden over die software kunnen beschikken. Het auteursrecht vormt daarmee de basis van de beschikbaarheid van software voor het publiek. Degene die de software wil gebruiken moet daarvoor in de meeste gevallen betalen. Bovendien moet hij akkoord gaan met een aantal voorwaarden. Zo mag hij de software niet verspreiden en krijgt hij bovendien niet de beschikking over de broncode van de software. Hierdoor is de software dus niet vrij beschikbaar en de broncode ervan niet vrij te gebruiken. Dergelijke software wordt ook wel met de Engelse term ‘proprietary software’ aangeduid.

Deze stand van zaken wordt niet door een ieder als gunstig ervaren. Daarom is reeds in een vroeg stadium van het softwaretijdperk het initiatief genomen om software en de broncode ervan zonder, of onder minder beperkende, voorwaarden aan het publiek ter beschikbaar te stellen. Dit initiatief heeft (onder andere) geleid tot Open Source software.

Ook de maker van Open Source software krijgt een auteursrecht, op basis waarvan een derde toestemming nodig heeft om de software en de bijbehorende broncode te gebruiken en te verspreiden. Hij gebruikt het auteursrecht en de daarop gestoelde licentievoorwaarden echter niet om de publieke beschikbaarheid van de (broncode van de) software te beperken. Het auteursrecht vormt juist de basis voor een licentie waarin de softwaregebruiker daaromtrent veel wordt toegestaan, zonder dat daar de verplichting tot het afdragen van een vergoeding tegenover staat. De gebruiker van open source software mag de (broncode van de) software verspreiden en aanpassen.

Omdat de omvang van het gebruiksrecht ook bij Open Source software geregeld wordt middels een licentieovereenkomst, verbindt de gebruiker van dergelijke software zich ook aan een aantal voorwaarden. Deze voorwaarden beogen het Open Source karakter van de software te behouden. Zo is in sommige Open Source licenties een bepaling opgenomen die de gebruiker van de software dwingt om iedere ter beschikking stelling aan het publiek van (een aanpassing van de) software, onder de voorwaarden van de desbetreffende Open Source licentie plaats te laten vinden. Het gebruik van het auteursrecht om teneinde steeds meer software Open Source te maken het open karakter van de software en van de door gebruikers aangepaste versies van de software te behouden, wordt aangeduid met de term ‘copyleft’.

Onderscheid tussen Open Source licenties

Een Open Source licentie bepaalt, net als een licentie op propietary software, welke verplichtingen de softwaregebruiker op zich neemt en aan welke voorwaarden het gebruik van de software moet voldoen. Een belangrijk onderscheid kan gemaakt worden tussen copyleft- , non-copyleft-, en beperkt copyleftlicenties. Een bekend voorbeeld van een copyleftlicentie is de General Public License (GPL). Degene die onder de GPL-licentie software gebruikt, mag deze vrij aanpassen, kopiëren en verspreiden. De copylefteigenschappen van de GPL-licenties uiten zich met name in de licentievoorwaarden waarin is bepaald dat wanneer men (een aanpassing van) de broncode van de GPL-software wil verspreiden, men dat onder de voorwaarden van de GPL-licentie moet doen. Dit betekent overigens niet dat elke aanpassing of gebruik van de broncode (onder de GPL-licentie) verplicht openbaar moet worden gemaakt. De GPL-licentie heeft daarmee geen ‘virale werking’, iets waar nog wel eens misverstanden over bestaan. De GPL-licentie staat toe dat de gebruiker in eerste instantie slechts de objectcode van de aangepaste software openbaar maakt. Hij heeft echter wel de verplichting om de broncode ter beschikking te stellen wanneer hem daarom wordt gevraagd.

Een beperkt copyleftlicentie bevat, zo als de naam reeds doet vermoeden, minder strenge copyleftbepalingen dan bijvoorbeeld de GPL. Vaak wordt in beperkt copyleftlicentie onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderdelen van software. In de Mozilla Public License (MPL), een beperkt copyleftlicentie, wordt dat onderscheid gemaakt tussen de broncode en de objectcode van de software. Voor de nieuwe verspreiding van de (aanpassing van een) broncode van MPL-software geldt dat deze moet plaatsvinden onder de licentiebepalingen van de MPL. De objectcode van MPL-software mag onder bepaalde voorwaarden echter onder een andere licentie worden gedistribueerd. Een van die voorwaarden is dat een dergelijke andere licentie de eindgebruiker het recht op de broncode van de onaangepaste versie van de MPL-software niet ontneemt.

Non-copyleftlicenties ten slotte, bevatten geen bepalingen die de softwaregebruiker verplichten om de verdere verspreiding van de broncode en/of objectcode van de software onder de originele licentiebepalingen te laten plaatsvinden. De softwaregebruiker wordt juist de vrijheid gegeven om de software en bewerkingen daarvan onder een andere licentie verder te verspreiden, zelfs als dat zou betekenen dat de  broncode van de software niet meer beschikbaar is. Ook zonder copyleftbepalingen in de Open Source licentie heeft de verspreider van de software echter verplichtingen: zo zou het zo kunnen zijn dat de broncode van gedistribueerde software een ‘copyright notice’ moet bevatten waarmee de maker van de eerste versie wordt genoemd. Een voorbeeld van een non-copyleftlicentie is de Apache License.

Risico’s bij het gebruik van Open Source in het ontwikkelingsproces van software

De voorwaarden waar de gebruikers van Open Source software zich aan committeren, kunnen een risico vormen. Vaak wordt namelijk onterecht gedacht dat Open Source gelijkstaat aan ‘vrijheid, blijheid’. De verstrekkende verplichtingen van met name de copyleftlicenties echter, beperken de mogelijkheden voor de softwareontwikkelaar om de door hem ontwikkelde software met Open Source componenten commercieel te vermarkten. Met de verplichting om de broncode van de Open Source componenten vrij beschikbaar te maken, verbiedt een copyleftlicentie hem immers om, al dan niet onder een andere licentie, slechts de objectcode te verspreiden. Omdat meerdere organisaties toezien op de naleving van de bepalingen van Open Source licenties, is het reëel dat een softwareontwikkelaar voor de rechter wordt gedaagd wanneer hij de verplichtingen die uit het gebruik van Open Source voortvloeien niet nakomt.

Een groot aantal softwareontwikkelaars staat niet voldoende stil bij het feit dat zij krachtens Open Source licenties gebonden zijn aan vergaande verplichtingen. Er zijn instanties, die zich bezig houden met de handhaving op dit gebied en daartoe ook boetes uit kunnen delen. Wilt u meer weten over dit onderwerp, neem dan vrijblijvend contact met ons op.