26
Jul
2014

Een inleiding overeenkomsten voor programmatuur

In dit artikel worden computerprogrammatuurovereenkomsten besproken. De aanschaf van computerprogramma’s verschilt van de aanschaf van bijvoorbeeld hardware, randapparatuur of andere “gewone” zaken. Dit komt omdat bij de koop, lease of huur van computerprogramma’s niet alleen een exemplaar van een programma op een drager (bijvoorbeeld een DVD) ter beschikking wordt gesteld, maar aan de verkrijger ook het gebruik van het programma toekomt. Aan dit gebruik is meestal een aantal voorwaarden verbonden in de overeenkomst. Computerprogrammatuurovereenkomsten zijn in een aantal categorieën op te delen. In dit artikel worden een aantal van deze categorieën benoemd. Ook krijgen de (categoriespecifieke) aandachtspunten en voorwaarden van de overeenkomsten de nodige aandacht. Ten slotte wordt ook ingegaan op de auteursrechtelijke positie van de contractspartijen.

Licentieovereenkomsten

Het ter beschikking stellen van standaardprogrammatuur (dat wil zeggen programmatuur voor een breed publiek) vindt meestal plaats op basis van een licentieovereenkomst. Bij een licentieovereenkomst verleent de softwareontwikkelaar onder bepaalde voorwaarden een gebruiksrecht op een computerprogramma aan de licentienemer. In de overeenkomst is neergelegd onder welke voorwaarden de licentie wordt verleend. Zo wordt de licentie vaak verstrekt tegen de betaling van een vergoeding. Bij het verlenen van een licentie blijft het auteursrecht op de programmatuur in handen van de softwareontwikkelaar. In licentieovereenkomsten wordt over de volgende onderwerpen veelal een beding vastgelegd.

  • Overwegingen: hiermee laten de partijen zien tegen welke achtergrond partijen de overeenkomst hebben gesloten. De overwegingen dienen onder andere ter bepaling van het doel van gebruik van de computerprogrammatuur.
  •  Definities: verschillende begrippen moeten duidelijk omschreven worden teneinde misverstanden en onenigheid te voorkomen. Denk hierbij aan begrippen als “installatie”, “acceptatietest”, “gebruik”, en “onderhoud”.
  • Omvang: essentieel in een licentieovereenkomst zijn de omvang van het gebruiksrecht en de vergoeding die daarvoor betaald dient te worden. De omvang van het toegestane gebruik kan aan de hand van een drietal factoren nader bepaald worden.
  • Wie mag gebruik maken van het computerprogramma? Het gebruik wordt vaak beperkt tot een maximaal aantal personen of tot het personeel van de organisatie van de licentienemer. Ook is het mogelijk dat slechts een bepaald onderdeel van een organisatie een gebruiksrecht krijgt.
  • Wat mag de licentienemer doen met het programma? Gebruikelijk is dat in de overeenkomst wordt opgenomen wat onder het normale gebruik van de software valt. Zo kan zijn bepaald dat de licentienemer het programma in beperkte mate mag kopiëren of dat de programmatuur niet in een netwerkomgeving gebruikt mag worden.
  • Waar mag de licentienemer het programma gebruiken? Het kan zijn dat de licentiegever geografische beperkingen verbindt aan het gebruik, of dat de installatie van de programmatuur slechts mag plaatsvinden op een bepaalde server of op bepaalde apparatuur.
  • Garanties: in garantiebedingen is bepaald in welke mate de licentiegever instaat voor de kwaliteit van de software. Leidend criterium is vaak de vraag of het programma (nog steeds) de afgesproken functionaliteit biedt.
  • Aansprakelijkheid: in deze bepalingen wordt bedongen onder welke omstandigheden voor welke schade aansprakelijkheid wordt aanvaard, dan wel wordt uitgesloten. Uiteraard is het verstandig om deze omstandigheden helder te verwoorden om discussie tussen partijen te voorkomen.
  • Levering: vastgelegd dient te worden op welke wijze en in welke vorm het gebruik van de software geleverd moet worden. In samenhang met de levering moet ook aandacht besteed worden aan de implementatie en acceptatie van de programmatuur.
  • Intellectuele eigendom: belangrijk is dat het duidelijk is dat de licentienemer enkel een gebruiksrecht heeft en dat er in beginsel geen sprake is van enige overdracht van (auteurs)rechten. De licentiegever behoudt zich dus alle exploitatiemogelijkheden voor.

Het gebruik van standaard-licentiecontracten is in de praktijk niet ongewoon. Zo hanteert de branchevereniging van IT, Telecom-, Internet- en Officebedrijven, Nederland ICT, eigen standaardvoorwaarden. De inhoud van standaardlicenties is vaak zo ingekleed dat één van de partijen (dus óf de rechthebbende óf de licentienemer) bij de overeenkomst in het voordeel is. Het opstellen van een evenwichtige licentieovereenkomst kan dan de moeite waard zijn.

Opmerking verdient daarom dan ook dat de licentienemer op grond van auteursrechtelijke bepalingen (art. 45j tot en met art 45m Auteurswet) wel een aantal minimum gebruiksrechten toekomt. Hieronder valt onder andere het verveelvoudigen van de software ten behoeve van het gebruik ervan (bijvoorbeeld het kopiëren van instructies naar het werkgeheugen). In een licentieovereenkomst kunnen deze bepalingen niet buiten werking worden gesteld. De licentiegever behoudt dus wel het auteursrecht, maar moet verplicht genoegen nemen met beperkingen op dat recht wanneer hij besluit het te exploiteren.

De softwareontwikkelingsovereenkomst

Bij softwareontwikkelingsovereenkomsten gaat het om speciaal voor de gebruiker op maat geschreven programmatuur. De software wordt in opdracht van de gebruiker door de leverancier ontwikkeld. De overeenkomst ziet dus niet alleen op het verstrekken van gebruikersrechten of de eventuele overdracht van het auteursrecht, maar ook op de fase die eraan vooraf gaat: de ontwikkeling van de software. Het is daarom verstandig om in de overeenkomst tevens aandacht te besteden aan de functionaliteit waarover de software moet beschikken, de prijs waartegen deze wordt geleverd, en de termijn die de ontwikkelaar heeft voor het opleveren van zijn werk. Naast deze zaken komen in de softwareontwikkelingsovereenkomst ook de hierboven besproken onderwerpen van een ‘gewone’ licentieovereenkomst aan de orde. Daarbij moet worden opgemerkt dat ook op het terrein van softwareontwikkeling op maat vaak standaardcontracten worden gehanteerd. Desalniettemin verdient ook hier een aantal aspecten van de overeenkomst een evenwichtige invulling. Zo kan worden gedacht aan de voorwaarden omtrent intellectuele eigendomsrechten. Het kan bijvoorbeeld voor de afnemer van de software onwenselijk zijn wanneer het auteursrecht op de programmatuur voor de ontwikkelaar behouden blijft en hij de software slechts op grond van een licentieovereenkomst mag gebruiken. Het kan voor beide partijen bij de overeenkomst daarnaast geruststellend zijn wanneer duidelijk is of, en zo ja onder welke omstandigheden en voorwaarden de broncode van de software overgaat op de afnemer. Wanneer partijen zich rondom deze zaken een wenselijke situatie verschaffen kan de afnemer bijvoorbeeld doorgaan met het onderhouden van de software wanneer het contact met de softwareontwikkelaar op een of andere manier wordt verbroken.

Standaardprogrammatuur op maat gemaakt

Het is ook mogelijk dat standaardprogrammatuur door de leverancier wordt aangepast aan de wensen van elke individuele licentienemer. De overeenkomst die dan gesloten wordt is  vaak een mengeling van de licentieovereenkomst en de softwareontwikkelingsovereenkomst. Moeten er veel aanpassingen worden gedaan aan de standaardprogrammatuur dan zal de overeenkomst veel gelijkenis vertonen met een softwareontwikkelingsovereenkomst. Bij geringe aanpassingen neigt de overeenkomst meer naar de licentieovereenkomst. Er zullen bijvoorbeeld uitgebreidere afspraken worden gemaakt over termijnen wanneer de verwachting is dat het op maat maken van de programmatuur veel inspanning vergt van de leverancier. Omdat het programmatuur betreft welke bestemd is voor meerdere partijen blijft het auteursrecht in de meeste gevallen bij de softwareontwikkelaar.