15
Apr
2015

Hoe bewijs je dat je auteursrechthebbende bent?

In een recente uitspraak van het Hof in Amsterdam is maar weer eens gebleken hoe belangrijk het kan zijn om goede schriftelijke afspraken te maken met ontwikkelaars ten aanzien van de auteursrechten op software.

In de casus Noad vs IN4BI (link) stelt Noad c.s. dat zij auteursrechthebbende is op business intelligence software genaamd ‘EQM’. Zij vindt dat IN4BI inbreuk maakt op haar rechten met hun ‘Platform Manager’, dat is software die met EQM vergelijkbaar is. Noad stelt daarnaast, dat IN4BI onrechtmatig handelt, omdat IN4BI in haar opinie werknemers en klanten aftroggelt van Noad. Bij IN4Bi zijn tevens oud-medewerkers van Noad betrokken (in deze zaak geïntimeerde 4 en 6). De software EQM is destijds ontwikkeld door geïntimeerde 6.

IN4BI stelt op haar beurt o.a. dat er in het geheel geen sprake is van auteursrecht op EQM. En mocht er wel sprake zijn van auteursrecht, dan zou dit moet liggen bij geïntimeerde 6, en niet bij Noad.

Het Hof verwijst in eerste instantie naar het arrest van het Europese Hof van Justitie “SAS/World Programming”, waaruit zij in dit kader concludeert dat het voldoende aannemelijk is dat EQM een oorspronkelijk werk is in de zin van de Auteurswet. Dit betekent op EQM auteursrechten rusten.

Tussen Noad en IN4BI is discussie over de vraag aan wie die auteursrechten toekomen.

Noad beroept zich op het werkgeversauteursrecht (artikel 7 Auteurswet). Dit artikel bepaalt dat de auteursrechten op de werken die door een werknemer in dienstverband worden vervaardigd, toekomen aan de werkgever. Het beroep gaat echter niet op, omdat geïntimeerde 6 niet in dienst was van Noad tijdens de ontwikkeling. Er was namelijk sprake van een managementovereenkomst, welke volgens het Hof geen dienstverband inhoudt.

Noad beroept zich echter ook op artikel 8 van de auteurswet, waarin een bewijsvermoeden is opgenomen:

Artikel 8 Auteurswet

Indien eene openbare instelling, eene vereeniging, stichting of vennootschap, een werk als van haar afkomstig openbaar maakt, zonder daarbij eenig natuurlijk persoon als maker er van te vermelden, wordt zij, tenzij bewezen wordt, dat de openbaarmaking onder de bedoelde omstandigheden onrechtmatig was, als de maker van dat werk aangemerkt.

De persoon die een werk als eerste openbaar maakt onder haar eigen naam, wordt op grond van dit artikel vermoed de houder van de auteursrechten te zijn.

Volgens het Hof blijkt uit het partijdebat, dat EQM steeds op de markt is gebracht onder de naam van Noad, zonder dat daarbij geïntimeerde 6 als maker is genoemd. Op basis van artikel 8 van de Auteurswet vloeit daaruit voort, dat de auteursrechten bij Noad berusten.

Het Hof verwijst de zaak voorts naar de rol voor aktewisseling inzake de vergelijking tussen EQM en Platform Manager. Volgens het Hof is praktisch, dat een kopie van de broncode van EQM en Platform Manager aan een deurwaarder ter beschikking wordt gesteld, die een IT deskundige kan inschakelen, die vervolgens kan rapporteren over de eventuele overeenkomsten tussen beide broncodes. Daarmee kan worden vastgesteld of door IN4BI inbreuk is gemaakt op het auteursrecht van Noad.

Indien u dit soort situaties wilt voorkomen, zorg dan voor deugdelijke schriftelijke afspraken. Ook kunnen wij ondersteunen als u vermoedt dat er auteursrechtinbreuk wordt gemaakt op uw software. We schakelen hiervoor onze IT-deskundigen in, die beschikken over speciale vergelijkingssoftware. We zijn u graag van dienst op deze gebieden en helpen u graag verder.