6
Jan
2015

Hoe bewijs je dat je auteursrechthebbende bent op software?

De ervaring leert ons dat het nog al eens wordt vergeten om goede schriftelijke afspraken te maken ten aanzien van de intellectuele eigendomsrechten op software, wanneer verschillende partijen samenwerken. 

In de casus eiser – EverywhereIM (http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:8791) wordt nogmaals duidelijk, dat er onduidelijkheden kunnen optreden in geval er geen goede schriftelijke afspraken worden gemaakt. In deze casus beweert de eiser, dat hij de auteursrechthebbende van een bepaalde app is. De wederpartij EverywhereIM beweert echter, dat de app door “eigen” ontwikkelaars is ontwikkeld en het auteursrecht bij EverywhereIM ligt als opdrachtgever en geestelijk vader van de app.

EverywhereIM stond als maker aangeduid in de app. Dan is het bewijsvermoeden van artikel 4 Auteurswet van toepassing:

Artikel 4 Auteurswet
“Lid 1: Behoudens bewijs van het tegendeel wordt voor den maker gehouden hij die op of in het werk als zoodanig is aangeduid, of bij gebreke van zulk eene aanduiding, degene, die bij de openbaarmaking van het werk als maker daarvan is bekend gemaakt door hem, die het openbaar maakt.”

Op basis van dit artikel wordt EverywhereIM vermoed auteursrechthebbende te zijn.

De eiser wordt door de rechter in de gelegenheid gesteld om het bewijsvermoeden van artikel 4 van de Auteurswet te weerleggen. De eiser heeft screenshots overgelegd van de broncodes van de apps, waarin een naam wordt vermeld van een derde partij, Sveak, die een gedeelte van de broncode heeft ontwikkeld in opdracht van de eiser. Sveak verklaart dat de auteursrechten van dit gedeelte zijn overgedragen aan eiser, en dus niet aan EverywhereIM. Eiser heeft vervolgens e-mailverkeer overlegd, waaruit zou moeten blijken dat eiser de ontwikkelaar is:

Eiser schrijft: “zodra ie gereed is wil je mij dan de link doorsturen (…)”, waarop EverywhereIM antwoord “dat ziet er goed uit zoals we het willen hebben”.

De kantonrechter oordeelt, dat op basis van de screenshots van de broncode en het e-mailverkeer inderdaad blijkt, dat eiser de broncodes van de apps naar eigen inzicht en eigen ontwerp tot stand heeft gebracht en dus de auteursrechthebbende is.

De rechter oordeelt, dat dit niet anders wordt doordat bij het ontwikkelen van de broncodes op bepaalde gedeelten (open source) software van derde partijen is gebruikt. Dit omdat de manier waarop de eiser de programmatuur heeft gerangschikt telkens een nieuw auteursrechtelijk werk oplevert. Ook geeft de rechter nog aan dat hij het van belang vindt dat de apps zodanig waren ingericht dat indien er werkingsproblemen waren, de broncode van de app automatisch een bericht naar de eiser stuurt en niet naar EverywhereIM.

Hieruit blijkt maar weer eens, dat het bij softwareontwikkeling essentieel is om goede schriftelijke afspraken te maken inzake de auteursrechten, om latere misverstanden te voorkomen. Wilt u meer weten over dit onderwerp, neem dan contact met ons op.