10
Mar
2017

Is een licentienemer aansprakelijk voor auteursrechtsinbreuk van zijn softwareleverancier?

Recent heeft de Rechtbank Rotterdam in een vonnis een oordeel geveld in een zaak tussen een softwareontwikkelaar en een licentienemer. In deze zaak staan meerdere vragen centraal, waaronder de vraag wanneer software als auteursrechtelijk beschermd werk kwalificeert en de vraag of een licentienemer aansprakelijk kan zijn als hij software gebruikt die wordt geleverd door een partij die daardoor inbreuk maakt.

De casus

De licentienemer in deze zaak was klant van de softwareontwikkelaar, en gebruikte diens verzuimregistratiesoftware. De overeenkomst eindigde in april 2005, omdat de licentienemer overstapte naar een concurrent van de softwareontwikkelaar. Deze concurrent is opgericht door een oud-aandeelhouder en oud-medewerker van de ontwikkelaar. De concurrent bood verzuimsoftware die dezelfde functionaliteit had. De softwareontwikkelaar vertrouwde deze gang van zaken niet, en heeft daarom en deskundige ingeschakeld om (onder de radar) te beoordelen of de broncode van de software van de concurrent overeenstemt met die van zijn eigen pakket. De deskundige trok de volgende conclusies:

“Bij mijn onderzoek heb ik de volgende feiten gevonden:

  • In zeer korte tijd een zeer complexe applicatie opgezet.
  • Identieke Javascript code gevonden, op verschillende lokaties.
  • Ciao! reserveringen gevonden welke alleen uit originele elementen afkomstig kunnen zijn.
  • Digitale handtekeningen van … (de softwareontwikkelaar, ITJ).”

De licentienemer is in 2010 gestopt met het gebruik van de software van de concurrent. De ontwikkelaar spant enige jaren later een rechtszaak aan tegen de licentienemer, omdat hij vindt dat de licentienemer inbreuk heeft gemaakt op zijn auteursrechten door de software van de concurrent te gebruiken. Ook stelt de ontwikkelaar de licentienemer aansprakelijk voor de schade die hij door de inbreuk heeft geleden.

Auteursrechtelijk beschermd werk?

Voordat de rechter de inbreukvraag beoordeelt, wordt bekeken in hoeverre de verzuimsoftware als “werk” in de zin van de Auteurswet kan worden beschouwd. De rechter antwoordt bevestigend en geeft aan dat de software als werk kwalificeert omdat het verzuimprogramma vrij complex is en een lange ontwikkeltijd heeft gehad. De rechter geeft daarmee invulling aan de “werktoets”.

De licentienemer gaf overigens nog aan dat de functionaliteit van de software in sterke mate wordt bepaald door regelgeving en onderdelen van de software werken van derden kunnen bevatten. De rechter vindt echter niet dat de software door die omstandigheden niet meer als auteursrechtelijk beschermd werk kan kwalificeren.

Is de softwareontwikkelaar auteursrechthebbende?

De licentienemer betwist dat de softwareontwikkelaar auteursrechthebbende is. Als reden hiervoor voert hij aan dat een aandeelhouder van de ontwikkelaar (en dat is overigens dezelfde persoon die de concurrent heeft opgericht), de basis van de software heeft overgenomen van een derde.

De rechter gaat hierin niet mee. Omdat de ontwikkelaar de software onder zijn naam als eerste openbaar heeft gemaakt is hij op grond van artikel 8 van de Auteurswet rechthebbende. Bovendien heeft deze derde partij, die ook op de rechtszitting aanwezig was, niet geprotesteerd tegen de openbaarmaking van de software door de ontwikkelaar.

De rechter stelt daarmee vast dat de ontwikkelaar auteursrechthebbende is op de verzuimsoftware die hij exploiteert.

Maken de concurrent en de licentienemer inbreuk op de auteursrechten van de ontwikkelaar?

De rechter kijkt vervolgens of de verzuimsoftware van de concurrent inbreuk maakt op het auteursrecht van de ontwikkelaar. De rechter haakt daarbij aan bij het rapport van de deskundige:

“De rechtbank stelt vast dat de bevindingen en conclusies van het Paradym rapport en voormelde producties van … (de ontwikkelaar, ITJ) er op wijzen dat …. (de concurrent, ITJ) in ieder geval in aanzienlijke mate auteursrechtelijk beschermde elementen van …. (het pakket van de ontwikkelaar, ITJ) vertoont en dat sprake is van een overeenstemmende totaalindruk, waarmee de stelling van … (de ontwikkelaar, ITJ) dat sprake is van een ongeoorloofde verveelvoudiging wordt onderschreven. … (de licentienemer, ITJ) stelt daar te weinig tegenover. De omstandigheid dat de gelijkenis tussen beide programma’s daarnaast mede wordt bepaald doordat bij het gebruik van verzuim programma’s aan technische en wettelijke vereisten moet zijn voldaan en deels gebruik is gemaakt van vrij beschikbare software kan aan een en ander niet afdoen; dit verweer van …. (de licentienemer, ITJ) is blijven steken in algemeenheden.”

Door het gebruik van de inbreukmakende software van de concurrent (dus eigenlijk de software van de ontwikkelaar) zonder toestemming van de ontwikkelaar, maakt de licentienemer ook inbreuk. De rechter concludeert:

“Het voorafgaande betekent dat … (de licentienemer, ITJ) met het gebruik van … (de software van de concurrent, ITJ) in de periode april 2005 tot eind augustus 2010 inbreuk heeft gemaakt op het aan … (de ontwikkelaar, ITJ)  toekomend auteursrecht op … (de software van de ontwikkelaar, ITJ).”

Is de licentienemer aansprakelijk voor schade door de inbreuk?

De rechter overweegt dat de licentienemer aansprakelijk is voor de schade die ontwikkelaar door de inbreuk heeft geleden, mits de inbreuk ook is toe te rekenen aan de licentienemer.

De rechter overweegt hieromtrent dat de licentienemer een professionele partij is en het feit dat:

  • het pakket van de concurrent zeer goedkoop door hem kon worden aangeschaft; en
  • de licentienemer zaken deed met oud-medewerkers van de ontwikkelaar die in wel zeer korte tijd een gelijkwaardig softwarepakket hebben ontwikkeld

argwaan bij hem hadden moeten wekken.

De licentienemer is onder deze omstandigheden verplicht om te onderzoeken of de concurrent wel rechthebbende was. De licentienemer stelt dat zij na aanschaf van de software in april 2005 ook heeft gedaan. De concurrent heeft de licentienemer vervolgens verzekerd dat dit het geval was.

De rechter constateert echter dat de licentienemer in december 2005 op de hoogte is gebracht van de conclusies van de deskundige, en vanaf dat moment wist dat de software van de concurrent inbreukmakend is. De licentienemer heeft het pakket desondanks tot augustus 2010 in gebruik gehad, en is daarom volgens de rechter aansprakelijk voor de schade die de ontwikkelaar in de periode van januari 2006 tot augustus 2010 heeft geleden.

Tot slot

Uit bovenstaande casus blijkt dat een licentienemer met succes aansprakelijk kan worden gesteld, als hij software gebruikt van een leverancier die inbreukmakend handelt. Onder omstandigheden kan een licentienemer verplicht zijn om te onderzoeken of zijn leverancier wel gerechtigd is tot het afgeven van een licentie.  Ook blijkt uit de casus dat het voor softwareleveranciers een goede zaak is om hun auteursrechten te bewaken en te registeren.

Bent u softwareleverancier of licentienemer en heeft u vragen over het (registeren van) auteursrecht? Neem dan gerust contact met ons op.