16
Jun
2015

Juridische aspecten van Internet of Things (IoT)

Volgens de definitie van Oxford Dictionairies is Internet of Things (IoT): “Een voorgestelde ontwikkeling van het internet, waarbij alledaagse voorwerpen zijn verbonden met het netwerk en gegevens kunnen uitwisselen.” Er zijn tegenwoordig tal van alledaagse apparaten, waar embedded netwerktechnologie in verwerkt is, zodat het object kan worden verbonden aan het internet. Denk aan de auto, de thermostaat, de tv of zelfs de wasmachine. Tal van mogelijkheden zijn denkbaar door deze objecten op afstand via internet te kunnen aansturen. Wat zijn de juridische implicaties van deze trend?

Privacy

In eerste instantie speelt natuurlijk het privacyaspect. Indien er persoonsgegevens worden verwerkt door de leverancier van de “smart” apparaten of derden, is de Wet bescherming persoonsgegevens van toepassing. En dat gebeurt al snel: een intelligente koelkast weet bijvoorbeeld wanneer er van bepaalde producten tekort is en kan op basis daarvan bestellingen doen die bij je thuis worden bezorgd. Hiervoor zijn NAW-gegevens, bankgegevens en informatie over je eetgewoonten nodig. En door het gebruik van een smart TV kunnen er privacygevoelige gegevens ontstaan door jouw kijkgedrag en kunnen deze gegevens bijvoorbeeld verwerkt worden door jouw serviceaanbieder om gerichte aanbevelingen te doen.

Er is in een rechtmatige grondslag nodig (bijv. de toestemming van de betrokkene), indien persoonsgegevens worden verwerkt. Zie bijvoorbeeld ook het onderzoek van het College bescherming persoonsgegevens naar het zonder toestemming bijhouden van kijkgedrag door Ziggo. 

In de Ziggo-casus is het redelijk duidelijk tot wie je je moet wenden wanneer jouw persoonsgegevens onrechtmatig worden verwerkt. Maar er zijn ook andere voorbeelden te bedenken, waarbij het moeilijk is om een verantwoordelijke te vinden omdat er veel (virtuele) schakels zitten tussen de betrokkene en de verantwoordelijke.

Overeenkomsten

Verder kun je je afvragen in hoeverre smart devices bevoegd zijn om namens jou overeenkomsten af te sluiten. Kun je bijvoorbeeld van de overeenkomst met je supermarkt af als je koelkast eten bestelt dat je niet lekker vindt?

Aansprakelijkheid

Het is natuurlijk ook interessant om na te gaan hoe het zit met situaties als “smart” apparaten niet (goed) doen, wat ze zouden moeten doen. Dan gaat het over aansprakelijkheid voor schade die ontstaat bij het gebruik van de apparaten. Hieronder een aantal voorbeelden:

  • Op vakantie zet je met een app je thermostaat lager, maar dat gebeurt feitelijk niet. Je krijgt daardoor een hoge rekening van de energieleverancier. Bij wie kun je deze schade verhalen, bij de app-ontwikkelaar, de energieleverancier, de installateur of iemand anders?
  • Via een app je wasmachine aanzetten, maar de wasmachine wordt verkeerd aangestuurd en blijkt heter gewassen dan je dacht en al je was is verkleurd. Wie spreek je aan, de app-ontwikkelaar of de wasmachineleverancier?
  • De domotica in een verzorgingshuis werkt niet goed en er wordt te laat gesignaleerd dat iemand hulp nodig heeft. Wie is verantwoordelijk voor de gezondheidsschade? 

Het laatste voorbeeld geeft aan, hoe belangrijk het kan zijn om goed na te denken over de juridische implicaties bij IoT. Als app-ontwikkelaar wil je natuurlijk het liefst alle (gevolg)schade uitsluiten, maar is dat wel altijd haalbaar? En als opdrachtgever aan een app-ontwikkelaar wil je natuurlijk zeker weten, dat de app het altijd goed doet en dat je de ontwikkelaar kan aanspreken, wanneer de app niet goed functioneert. En hoe regel je als leverancier van Smart-devices, dat je de persoonsgegevens van je klanten mag inzetten voor jouw doeleinden? Wil je meer weten over dit onderwerp, neem dan gerust contact met ons op.