23
Mar
2017

Weer een Nederlandse Usedsoft-casus

In een eerdere blog hebben we aangegeven, dat de Usedsoft-leer tevens van toepassing is voor Nederlandse afnemers van software. In een recente Nederlandse casus wordt nu ook door de rechter bepaald dat er ook sprake is van uitputting, als er sprake is van server-software.

Waar ging het Usedsoft-arrest ook alweer over?

In dit arrest bij het Europese Hof van Justitie (hierna: EHJ) ging het om de vraag of uitputting van het auteursrecht op software onder de huidige wetgeving mogelijk is bij doorverkoop van gebruikte software. Uitputting betekent kort gezegd dat de auteursrechthebbende zich niet kan verzetten tegen de verdere verspreiding van zijn werk, op het moment dat het eenmaal rechtmatig in Europa op de markt is gebracht. De regel is wat de handel in software betreft, neergelegd in artikel 4 lid 2 van de Europese Softwarerichtlijn. In de Usedsoft-zaak heeft het EHJ bepaald, dat software onder bepaalde voorwaarden mag worden doorverkocht aan derden, ook als de licentieovereenkomst dat verbiedt.

Nieuwe casus

In deze casus gaat het om een softwareleverancier, die softwarelicenties heeft verstrekt aan een softwaregebruiker. In de licentievoorwaarden wordt bepaald dat de gebruiker het recht krijgt om de software te distribueren, openbaar te maken en te bewerken. Tevens krijgt de gebruiker toegang tot de broncode en krijgt hij een recht om de broncode geheel of gedeeltelijk te bewerken en/of te integreren in zijn producten. De gebruiker gaat op enig moment echter failliet. Er vindt een doorstart plaats en de nieuw ontstane gebruiker gaat weer gebruik maken van de software. De softwareleverancier maakt hiertegen echter bezwaar en vindt dat de nieuwe gebruiker inbreuk pleegt op zijn auteursrechten. Daarnaast is de software van de gebruiker gedeponeerd bij een escrowagent, ten behoeve van de klanten van de gebruiker. De softwareleverancier laat op enig moment bij deze escrowagent conservatoir beslag tot afgifte en levering leggen.

Vergelijking Usedsoft-arrest

In vergelijking met het Usedsoft-arrest, gaat het in deze casus ook om software, waarbij een licentie voor onbepaalde tijd is verstrekt. Het Usedsoft-arrest had echter betrekking op “client server software”. In de huidige casus zijn door de softwareleverancier server-exemplaren van de software ter beschikking gesteld aan de gebruiker. In de licentievoorwaarden stond aangegeven, dat tot de beschikbaar gestelde software alle huidige en toekomstige “releases” behoren.

De rechter constateert vervolgens een verschil met het Usedsoft-arrest. In deze casus heeft de softwareleverancier de (oude) gebruiker niet het recht toegekend een kopie van de software te (laten) downloaden op de eigen harde schrijf van de gebruiker. Er is dus geen sprake van levering, wat een voorwaarde is voor het constateren dat er sprake is van een verkoop, zoals in het Usedsoft-arrest is bepaald. De rechter oordeelt echter dat de auteursrechten op het exemplaar van de software op de server van de gebruiker zijn uitgeput en dat het eigen gebruik door de gebruiker op zijn server geen inbreuk maakt op de auteursrechten van de softwareleverancier. Wel oordeelt de rechter dat er aanwijzingen zijn, dat de gebruiker mogelijk inbreuk maakt, door de software in haar eigen programmatuur ten behoeve van derden te gebruiken en te exploiteren. Ten aanzien van het beslag bij de escrowagent bepaalt de rechter, dat het niet aannemelijk is dat de gebruiker de broncode van de software in bewaring heeft gegeven, maar dat het waarschijnlijk alleen om de broncode van de eigen programmatuur gaat. Wel zou het mogelijk zijn dat er uitvoerbare bestanden (executables) van de besproken software aan de escrowagent in bewaring zijn gegeven.

De rechter doet nog een belangenafweging, waarbij hij overweegt dat de belangen van de gebruiker bij het gebruik van de software, als onderdeel van haar eigen programmatuur, aanzienlijk zijn, nu een verbod op het gebruik vergaande consequenties zou hebben op de continuïteit van de gebruiker. Daarom weigert de rechter de door de softwareleverancier gevraagde voorziening (het verbieden van het gebruik). De rechter vindt daarnaast dat het beslag mag worden gehandhaafd. De casus zal dus ongetwijfeld worden vervolgd in een bodemprocedure.

Wilt u meer weten over dit onderwerp, neemt u dan gerust contact met ons op.