10
Aug
2016

Wet bescherming persoonsgegevens versus Archiefwet

Onlangs sprak de rechter in Rotterdam zich uit over een zaak, waar er een conflict lijkt te zijn tussen de bepalingen in de Wet bescherming persoonsgegevens en de Archiefwet.

In deze casus ging het om een persoon, die een klacht met betrekking tot een fysiotherapeut had ingediend bij de Inspectie voor Volksgezondheid (IGZ), die de klacht doorstuurt naar het Landelijk Meldpunt Zorg (LMZ). Op verzoek van het LMZ stuurt de persoon diverse schriftelijke stukken om de klacht te ondersteunen. Uiteindelijk wordt de klacht niet in behandeling genomen, waarop de persoon op basis van de Wet bescherming persoonsgegevens de wederpartij verzoekt om alle gestuurde stukken te vernietigen. IGZ en LMZ weigeren echter het dossier te vernietigen op basis van een bewaarplicht van 10 jaar uit de Archiefwet.  

De rechter geeft uiteindelijk de persoon gelijk, waarbij hij stelt dat de vereisten van de Wet bescherming persoonsgegevens prevaleren, indien deze in strijd zijn met de verplichtingen in de Archiefwet. Daarnaast is er ook gekeken of de persoon niet van te voren had moeten weten, dat er sprake was van een bewaartermijn. De rechter stelt hierbij vast, dat de persoon niet van te voren op de hoogte is gebracht door de wederpartijen dat er sprake is van een bewaartermijn, waardoor er niet voldaan is aan de in artikel 33 van de Wet bescherming persoonsgegevens genoemde informatieplicht. Ten slotte stelt de rechter dat gezondheidsgegevens niet zomaar mogen worden bewaard voor archiefdoeleinden.

Hier is ongetwijfeld nog niet het laatste woord over gezegd. Het is in ieder geval altijd goed om als organisatie of instantie personen te informeren met betrekking tot bewaartermijnen, zodat je voldoet aan je informatieplicht. Daarnaast is het wenselijk om altijd het privacybelang af te wegen tegenover het archiefbelang. Wilt u meer weten over dit onderwerp, neemt u dan contact op met ons.