19
Sep
2019

Eigendom van de broncode

U heeft software ontwikkeld en nu wilt u die software gaan exploiteren. Van belang is dan natuurlijk of u deze wel kan en mag gaan exploiteren. Voor het antwoord op die vraag moet gekeken worden naar het eigendom van de software. Specifieker: bent u rechthebbende ten aanzien van de auteursrechten op de broncode? In de praktijk wordt de broncode veelvoudig ontworpen en gemaakt door werknemers of ingehuurde derden (softwarehuizen, ZZP-ers, stagiaires, etc.) en dit kan een probleem opleveren in verband met het eigendom van de broncode/software.

Om te bepalen of een broncode uw eigendom is, moet er gekeken worden naar de bepalingen in de Auteurswet. De hoofdregel is dat degene die de broncode feitelijk heeft gemaakt als maker wordt aangemerkt en daarmee rechthebbende is (lees: eigenaar), zo bepaalt artikel 4 Auteurswet. Zodoende is in beginsel de werknemer of ingehuurde derde eigenaar van de broncode. In de Auteurswet en Softwarerichtlijn zijn een paar belangrijke uitzonderingen op deze hoofdregel opgenomen. Enkele uitzonderingen:

  • Artikel 6 Auteurswet: Indien de broncode is gemaakt naar het ontwerp van een ander en onder diens leiding en toezicht tot stand komt, wordt degene onder wiens opdracht de software tot stand is gekomen als opdrachtgever en dus eigenaar aangemerkt. Het leidinggeven en toezicht houden is hierbij van doorslaggevend belang.

  • Artikel 7 Auteurswet: Indien de broncode wordt gemaakt door een werknemer in uitoefening van zijn functie en waartoe hij opdracht heeft gekregen van de werkgever, dan wordt de werkgever geacht eigenaar te zijn.

  • Ook kan het voorkomen dat er meerdere personen hebben meegewerkt aan de totstandkoming van één broncode. Artikel 2 lid 2 Softwarerichtlijn bepaalt dan dat deze personen een gezamenlijk eigendom hebben op de broncode.

Op basis van de uitzonderingen op de hoofdregel is het dus mogelijk dat de werkgever, of degene onder wiens leiding en toezicht de broncode is ontwikkeld, eigenaar wordt van de broncode. Uit deze bepalingen blijkt bovendien de noodzaak om bij de totstandkoming en doorontwikkeling van broncodes goed na te denken over het eigendom hiervan.

In de praktijk wordt er veelvuldig gebruik gemaakt van externe ontwikkelaars die de vrije hand krijgen om de software te ontwerpen en in te richten, met als gevolg dat zij het eigendom verkrijgen op de software (en de broncode). Het geven van een opdracht tot ontwikkeling is namelijk nog niet direct ook ‘ontwikkelen onder leiding van toezicht’ van die opdrachtgever. De uitzondering uit artikel 6 Auteurswet gaat dus lang niet altijd op! Dat hierdoor het eigendom van de broncode niet bij de opdrachtgever belandt, is meestal niet de wens van de opdrachtgever. Om dit te voorkomen zijn er dan ook goede en volledige bepalingen noodzakelijk in de (te sluiten) overeenkomsten. Zo kunnen (moeten!) er passende bepalingen opgenomen worden over het eigendom van de huidige én toekomstige broncode en kunnen er afspraken gemaakt worden over het gebruiken van de broncode, of onderdelen daarvan, door de ontwikkelaar. Het advies is dan ook om altijd duidelijk te bepalen en te beschrijven wie welke rechten (overgedragen) krijgt, al is het maar om latere discussies te voorkomen.

Heeft u vragen over de juridische aspecten van broncodes of het regelen van overdracht van auteursrechten, neem dan contact op met De IT-jurist. Wij zijn te bereiken op: 050 – 534 4574 of via info@it-jurist.nl.