7
Jul
2015

Overdracht auteursrecht op software: wat gebeurt er met mijn licentie?

De overdracht van een auteursrecht op software hebben we op onze blog wel eens vaker besproken. Het auteursrecht, de basis van de licenties (gebruiksrechten) op software, is vatbaar voor overdracht. De licentienemer heeft een gebruiksrecht. Welke rechtspositie heeft hij tegen over de verkrijger van het auteursrecht?

Een licentie wordt afgegeven in een overeenkomst, de licentieovereenkomst. De status van een licentie is echter niet wettelijk geregeld en wordt naar huidig recht als een relatief vorderingsrecht beschouwd. Dat betekent dat het een afspraak betreft die alleen geldt tussen de contractspartijen bij de licentieovereenkomst. Dit is anders dan bijvoorbeeld een pandrecht, dat absolute werking heeft. Dat recht werkt tegenover een ieder, dus ook tegenover de verkrijger van het goed waar het pandrecht op rust.

Kort gezegd: een nieuwe auteursrechthebbende heeft -  naar huidige opvatting - met de licenties die zijn afgegeven door de oude auteursrechthebbende niets te maken. Het is voor de licentienemer dus mogelijk zo dat hij een nieuwe licentie moet aanschaffen, en dus opnieuw moet betalen. Bovendien is de nieuwe auteursrechthebbende niet per definitie verplicht om een licentie af te geven. De overdracht van het auteursrecht op software kan dus behoorlijk ingrijpend zijn en zelfs de continuïteit van het informatiesysteem van de licentienemer bedreigen. Bovenstaande geldt bovendien niet alleen voor softwarelicenties.

Wat kan de licentienemer hiertegen doen? Hij kan zijn softwareleverancier niet verbieden zijn auteursrecht te verkopen. Als het gevolg daarvan is dat de licentie vervalt en daardoor de licentieovereenkomst niet wordt nagekomen, rest hem de mogelijkheid tot het vorderen van schadevergoeding. Dat is niet de meest prettige uitkomst voor de licentienemer.

Met een kettingbeding in de licentieovereenkomst, waarin de softwareleverancier wordt verplicht om bij de overdracht van het auteursrecht de verkrijgende partij op te leggen om de licentieovereenkomst gestand te doen en deze verplichting ook op te leggen aan opvolgende verkrijgers van het auteursrecht, wordt dat niet opgelost. Als het kettingbeding niet wordt nagekomen, blijft slechts de mogelijkheid tot het vorderen van schadevergoeding staan. Niet de licentie. Een kettingbeding is namelijk net zo goed een afspraak die alleen werkt tussen contractspartijen. Wel is mogelijk om het kettingbeding wat kracht bij te zetten door er een boetebeding aan te koppelen.

Een betere mogelijkheid voor de licentienemer én de leverancier is het treffen van een goede continuïteitsregeling. Daarbij wordt geregeld dat de regeling in werking treedt als bij overdracht van het auteursrecht de nieuwe auteursrechthebbende de licentieovereenkomst niet nakomt. Die continuïteitsregeling moet natuurlijk niet gebaseerd worden op een licentieconstructie, want anders kan deze ook onderuit worden gehaald door de nieuwe auteursrechthebbende. De continuïteitsregeling beschermt niet alleen tegen de mogelijk nadelige gevolgen van een auteursrechtoverdracht, maar ook tegen een calamiteit als een faillissement. Het voordeel van een continuïteitsregeling is dat deze vooraf duidelijkheid geeft, en de licentienemer niet noodzaakt om zijn gelijk te halen bij de rechter.

De softwarelicentienemer loopt dus risico met enkel een licentie en zou voor de bescherming van zijn informatiesysteem – zeker als dat bedrijfskritisch is – meer maatregelen moeten treffen. In Duitsland is dat overigens anders geregeld. Daar heeft de licentie (“Nutzungsrecht”) wel de status van absoluut recht. Wellicht dat onze wetgever op termijn ook de licentie zo gaat kwalificeren. Tot die tijd moet de licentienemer zelf zijn zaakjes op orde maken. De IT-jurist biedt daarbij graag ondersteuning.